Gehoorbescherming wordt in Nederland op drie niveaus verplicht. Boven een dagelijkse blootstelling van 80 dB(A) moet je als werkgever gehoorbescherming beschikbaar stellen en voorlichting geven. Vanaf 85 dB(A) moet die bescherming ook echt gedragen worden, en moet je maatregelen aan de bron in je plan van aanpak zetten. Boven de 87 dB(A) mag niemand komen, en die grenswaarde wordt gemeten achter de bescherming, dus met de demping meegerekend. Voor knallen geldt een aparte reeks: 112, 140 en 200 pascal piekgeluidsdruk. Alle drie de drempels staan in het Arbobesluit, hoofdstuk 6, afdeling 3.
Welke drempels staan er precies in de wet?
De wet werkt met twee actiewaarden en een grenswaarde. Bij elke actiewaarde komt er een verplichting bij, en bij de grenswaarde houdt het op. Elke drempel heeft twee gezichten: een dagdosis in dB(A) voor het geluid dat de hele dag doorgaat, en een piekgeluidsdruk in pascal voor de knal die er los bovenuit komt.
| Dagdosis | Piekgeluidsdruk | Wat de wet van je vraagt | Waar het staat |
|---|---|---|---|
| Boven 80 dB(A) | Boven 112 Pa | Passende, naar behoren aangemeten gehoorbescherming beschikbaar stellen. Voorlichting en onderricht geven. Gehooronderzoek aanbieden als uit de beoordeling een gezondheidsrisico blijkt. | Art. 6.8 lid 7, art. 6.11, art. 6.10 lid 3 |
| Boven 85 dB(A) | Boven 140 Pa | Technische of organisatorische maatregelen vaststellen en uitvoeren in je plan van aanpak. De werkplek markeren en afbakenen, en de toegang beperken waar dat kan. Periodiek gehooronderzoek aanbieden. | Art. 6.8 lid 3 en 4, art. 6.10 lid 2 |
| 85 dB(A) of hoger | 140 Pa of hoger | De gehoorbescherming wordt door de werknemers gebruikt. Dit is de regel die van beschikbaar stellen overgaat in dragen. | Art. 6.8 lid 9 |
| Nooit boven 87 dB(A) | Nooit boven 200 Pa | De grenswaarde, gemeten met de demping van de gedragen bescherming meegerekend. Bij overschrijding: onmiddellijk terugbrengen, de oorzaak vaststellen en de maatregelen aanpassen. | Art. 6.8 lid 10 en 11 |
De piek staat in het Arbobesluit in pascal. Op de decibelschaal, met dezelfde referentie van 20 micropascal die het besluit voor de dagdosis gebruikt, zijn dat 135, 137 en 140 dB(C). Je komt beide notaties tegen; het zijn dezelfde waarden.
Wat betekent dagelijkse blootstelling precies?
Het getal waar de wet op stuurt is geen momentopname maar een dagdosis. Dat verandert wat je ermee kunt: iemand die twee uur naast een slijpmachine staat en zes uur op kantoor zit, komt op een heel ander cijfer uit dan de meter tijdens dat slijpen aanwijst.
| Wat het getal is | Wat dat op de werkvloer betekent |
|---|---|
| Een gemiddelde over acht uur | De dagdosis is het tijdgewogen gemiddelde van de blootstelling over een nominale werkdag van acht uur, zoals gedefinieerd in ISO 1999:2016. Kort en hard weegt zwaarder mee dan lang en zacht. |
| Halveren scheelt 3 dB(A) | Halveer je de tijd dat iemand in het lawaai staat, dan daalt de dagdosis met 3 dB(A). Dat is de goedkoopste knop die je hebt naast maatregelen aan de bron. |
| Alle geluid telt mee | In de dagdosis zit al het geluid dat op het werk aanwezig is, impulsgeluid inbegrepen. De piek wordt daarnaast apart beoordeeld, want een knal wordt niet uitgemiddeld. |
| De piek is C-gewogen | De piekgeluidsdruk is de maximumwaarde van de C-frequentiegewogen momentane lawaaidruk. Daarom staat die in pascal of in dB(C), en niet in dB(A). |
| 87 dB(A) zit achter de bescherming | De twee actiewaarden meet je op de werkplek. De grenswaarde geldt in het oor, dus met de demping van de gehoorbescherming die iemand echt draagt. |
| Een weekgemiddelde mag zelden | Alleen bij bijzondere taken waarbij de dagen aanmerkelijk verschillen en de dagelijkse norm redelijkerwijs niet te halen is. Dan geldt 87 dB(A) over de week als maximum. |
Hoe weet je of je erboven zit?
Het Arboportaal geeft een vuistregel die je vandaag nog kunt gebruiken: kun je op een meter afstand een spreker niet meer verstaan, dan ligt het geluid waarschijnlijk boven de 80 dB(A). Dat is genoeg om te weten dat je iets moet doen, en te weinig om iets mee te onderbouwen.
Voor de onderbouwing vraagt de wet om een beoordeling van de lawaainiveaus in het kader van je risico-inventarisatie en -evaluatie, en om een meting als dat nodig is. Die beoordeling en meting doet een kerndeskundige of een arbodienst, volgens een schriftelijk vastgelegd tijdschema, en opnieuw zodra de omstandigheden ingrijpend wijzigen. Schatten op gehoor is dus geen onderbouwing, hoe ervaren het gehoor ook is. Wat er verder in je RI&E hoort te staan, staat op het RI&E-blad over gehoorbescherming.
Waar loopt het in de praktijk op vast?
Zelden op de aanschaf. Bijna altijd op twee dingen: de onderbouwing en het dragen.
Beschikbaar stellen is niet hetzelfde als dragen, en dragen is niet hetzelfde als toezien. Boven 80 dB(A) moet er bescherming liggen. Vanaf 85 dB(A) staat er in het besluit dat de bescherming door de werknemers gebruikt wordt, en dan is het aan jou om dat ook waar te maken. Precies daar valt een bescherming die niet lekker zit door de mand: hij gaat uit zodra jij de hoek om bent, en dan haalt hij de norm niet, hoe goed hij op papier ook dempt.
Dat is ook de reden dat er in lawaaierige ploegen zo vaak otoplastieken op maat hangen in plaats van standaarddoppen. Niet omdat ze harder dempen, maar omdat ze de hele dienst in blijven zitten. De volledige uitleg van wat de arbowet van je vraagt staat op de pagina gehoorbescherming en de arbowet.
Wat moet er in je dossier staan?
De wet vraagt niet alleen om maatregelen, maar ook om vastlegging. Dit is de lijst waar een inspecteur naar vraagt.
| Wat je vastlegt | Waar het staat |
|---|---|
| De beoordeling en de metingen | In passende vorm geregistreerd en bewaard, zodat latere raadpleging mogelijk is. Art. 6.7 lid 6 |
| Het tijdschema | De periodieke beoordeling en meting volgt een schriftelijk vastgelegd tijdschema. Art. 6.7 lid 2 |
| De maatregelen in de RI&E | De RI&E is adequaat gedocumenteerd en vermeldt de genomen maatregelen. Art. 6.7 lid 8 |
| De uitslagen van het gehooronderzoek | Een persoonlijk medisch dossier per werknemer, bewaard zodat het later met inachtneming van het medisch beroepsgeheim raadpleegbaar is. Art. 6.10 lid 5 en 6 |
| Het delen met de OR | De resultaten gaan, voorzien van een toelichting, naar de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging, of bij het ontbreken daarvan naar de betrokken werknemers. Art. 6.7 lid 7 |
Wat doe je nu, in vijf stappen?
- Laat de blootstelling beoordelen per functie en per werkplek. Niet per afdeling en niet per gemiddelde: de wet kijkt naar wat een persoon over zijn dag binnenkrijgt.
- Zet de uitkomst en de maatregelen in je RI&E. Met de datum erbij, en met het tijdschema voor de volgende beoordeling.
- Pak het aan de bron aan voordat je doppen uitdeelt. Stillere machines, omkasting, demping, een andere indeling, kortere blootstelling. Gehoorbescherming is in de wet het sluitstuk, niet de eerste zet.
- Regel de bescherming per drempel. Boven 80 dB(A) beschikbaar stellen, vanaf 85 dB(A) zorgen dat hij gedragen wordt, en narekenen dat je achter de bescherming onder de 87 dB(A) blijft.
- Geef voorlichting en bied het gehooronderzoek aan. Over de risico's, over de waarden, over het juiste gebruik van de bescherming, en over hoe je signalen van gehoorschade herkent en meldt.
Voor wie gelden er strengere regels?
Voor jongeren en zwangere vrouwen is lawaai extra schadelijk. Voor hen geldt volgens het Arboportaal een apart verbod in het Arbobesluit: zij mogen niet werken als de blootstelling hoger is dan de grenswaarden. Dat verbod geldt altijd, ook als er al maatregelen zijn genomen om de blootstelling te beperken.
Verder houdt de beoordeling rekening met werknemers die tot bijzonder gevoelige risicogroepen behoren, en met de wisselwerking tussen lawaai en ototoxische stoffen of trillingen. Wie al gehoorschade heeft opgelopen, valt daar in de praktijk ook onder.
Waar dit op gebaseerd is
- Arbeidsomstandighedenbesluit, hoofdstuk 6, afdeling 3, artikelen 6.6 tot en met 6.11wetten.overheid.nl
- Wat zegt de wet over geluid op de werkplekArboportaal, ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geluid op de werkplekArboportaal, ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid